Geslacht Van Voorst tot Voorst

 
  3 - 5. HERMAN VAN VOORST

Zoon van Herman van Voorst en Lutgard van Keppel.
Vermeld vanaf 1315 e.v. Overleden ergens rond 1392.

Hij wordt vaak Herman “de olde” genoemd, blijkbaar in tegenstelling tot zijn neef Herman van Voorst Dirckszoon).
Herman en Roderick van Voorst droegen op 27 maart 1320 het huis Rechteren op aan bisschop Frederick van Blanken­heym en ontvingen dit als een open huis in leen terug, dat zij mochten versterken (zie ook: Reg. Bisschop van Utrecht nos. 422 en 423).

Hij is getrouwd met ene Styne. 19 Febr. 1391 maakt Herman van Voerst met Stine, zijn vrouw, een testament waarbij zij aan de prior en monniken van Bethlehem te Zwolle, 5 pond willen nalaten uit hun goed Luttike Spannet in Heyner kerspel bij Kreyenschote, in ruil voor 2 memoriaal diensten voor hem en zijn vrouw Stine. (Berkenvelder, Zwolse Regsten deel 1 pag. 329).
1408 Styne weduwe van Herman van Rechter de olde, met Hermen van Rechteren haar zoon als haar momber aan het Bethelhem Klooster haar eigen vrije erf ter Spannet geschonken heeft.

De namen van zijn kinderen uit een akte van 7 september 1394 in het archief van het Huis Rechteren (reg. nr. 69). Hierin verklaart Sweder van Hekeren genaamd van Rechteren, als oom, gescheiden te zijn van des olden Hermans kinderen van Rechteren, enz. Deze zijn:

1. Herman van Voorst van Rechteren.

2. Johan van Voorst van Rechteren.

Deze beiden vinden wij vermeld in reg. 81 dd. 22 juli 1400 (archief Huis Rechteren): Herman en Johan van Rechter, zonen van Herman van Rechter verklaren tegenover Fye, vrouw van Hademan van Heten, dat zij zullen instaan voor de tienden uit het goed Hürover (Herover onder Raalte, zie archief Rechteren, index).

3. Styne.
Zij komt voor in verschillende akten van het Heilige-Geestgasthuis van Deventer. De eerste maal wordt zij vermeld 10 december 1392 (reg. 102), wanneer Sweder van Rechter oorkondt, dat zijn oom Herman van Voorst genaamd van Rechter, het erve de Maet heeft opgedragen aan Styne, zijn dochter, die de vrouw was van Dirck van Vorchten, die daarmede beleend is.
Een akte van 12 juni 1402 (reg. no. 142) vermeldt haar als gehuwd met Steven ter Ynden anders geheten “die Ruter”; de inhoud gaat over hetzelfde stuk land.
Een akte van 21 juli 1434 (reg. no. 302 met zegels) noemt Stine van Rechter nu met haar man Godert van Doernic en haar zoon Herman deze verkopen aan het Heilige-Geestgasthuis de bewuste erve “de Maet”.
Het volgende regest van dezelfde datum geeft verdere bijzonderheden Stine van Rechter en haar man Goedert van Doernic transporteren aan het Heilige-Geestgasthuis het erve “de Maet” voor 1600 Arnhemse guldens, waarvan Herman van Rechteren, Stine’s zoon, er 300 en Berend van Rechteren de andere zoon van Stine, er 200 guldens van zullen ontvangen.
In de daarop volgende akte (reg. no. 304) van 24 juli 1434 oorkond Frederick van Hekeren van Rechteren, heer van Voorst, Asperen en Keppel, als leenheer van het erve “de Maet”, dat hij na opdracht van Stijn van Rechteren met Goedert van Doornyck haar man en Herman van Rechteren des Ruterssoon en van Styne het Heilige-Geest­gasthuis beleent met het bewuste erve. Ter completering vermeldt reg. no. 308 dd. 9 november 1434, dat Frederick van Rechteren (van Hekeren) oorkondt, dat ook Bernt van Voirachten, de tweede zoon van Stine van Voorst, hem het leengoed “de Maet” in Wijhe, buurschap Harxen, heeft opgedragen.
In reg. no. 309 dd. 13 november 1434 verklaart Bernt van Voirachten voornoemd namens zijn moeder Styne van Rechteren en haar man Goedert van Doornic, dat hij 200 Arnhemse guldens heeft ontvangen van de Provisoren van het Gasthuis in mindering van de koopsom van het erve “de Maet”.

Styne van Voorst van Rechteren blijkt dus 3 maal gehuwd te zijn geweest en wel:
1. met Dirck van Vorchten (Voirachten), waaruit een zoon Bernt, die zich eerst van Rechter en later
    van Voirachten noemt;
2. met Steven ter Ynden anders geheten “die Ruter”, waaruit een zoon Herman, die zich naar zijn
    moeder van Rechteren blijft noemen;
3. met Goedert van Doornic, welk huwelijk kinderloos was.

4. Lutgard.
Zij was gehuwd met Herman van Honloe, die als volgt in de leenakten van bisschop Frederick van Blankenheym voorkomt: De tienden van het guet ter Maet gelegen tot Welsum (Olst), die Lutgaert van Rechteren, die echte wijf was van Herman van Honloe, tot haar lijftucht na dode desselven Hermans beseten had; Aelbert van Gerner zoals hem aangekomen door dode van Herman van Honloe na het einde van de lijftocht van gemelde Lutgaert van Rechteren; Deken, kapittels en vicarissen van Deventer, na opdracht door Albert van Gerner 1397 january 15.

5. Sweder van Rechteren.
Reeds hiervoor vermeld in 1394 reg. no. 69 archief huis Rechteren. In de oorkonden van het oud-archief van Kampen (no. 316) komt hij in 1396 voor: schepenen en raden der drie steden machtigen Sweder van Rechteren, ambtman van Coevorden, om tot timmering van het slot te besteden tot 1000 oude Frank. schilden, waarvoor de bisschop hem in huis, borg, stad en ambt vesten mag.


Meer info....