Geslacht Van Voorst tot Voorst

 
  8 - 2. ZEGER (VAN HEKEREN genaamd) VAN RECHTEREN, geheten VAN VOORST, heer van Rhaen en Enghuizen.

Jongste zoon van Frederick van Hekeren en Cunegonda van Polanen.

In het archief van het Huis Almelo wordt hij vermeld:
9 september 1474 (no. 421): De gebroeders Johan en Zeygher van Voerst verklaren geheel voldaan te zijn door hun broeder heer Otto van Rechter, ridder, ter zake van de verdeling van hun ouderlijk versterf en van de goederen, nagelaten door hun oom Zeger van Rechter, onder aantekening, dat Zeygher toegewezen zijn de tienden te Dalen en te Wije, geheten Dodingstienden.
28 december 1475 (no. 429): Otto de Rechteren en Sigerus de Rechteren treden toe tot de Broederschap van St. Thomas de Aquino en zijn deelgenoot geworden in de goede werken van het klooster der Predikheren te Zwolle.
Op de lijst van drosten van Salland wordt Zeger van Rechteren van Voorst genoemd van 1482 tot 1495.
Hij werd 3 maart 1483 door de bisschop van Utrecht tot ambtman van Salland aangesteld na op 19 november 1482 reeds als zodanig de belofte aan de 3 steden te hebben afgelegd (Oud-archief Kampen I, no. 267).
Hij verkocht de havezate Rhaen in 1483 aan Reynier van Coevorden en kocht daarvoor in de plaats van Margriet Palick van Enghuysen, geestelijke zuster in het convent Mariëngrave binnen Doesburg, het huis Enghuysen.
Hij voerde tot wapen het kruis der Hekerens met de kepers van Voorst op de opstaande arm van het kruis, helmteken: een hoed met een pluim.
Op St.-Lambertsdag 1478 werd het huwelijksverdrag gesloten tussen hem, met als huwelijksvrienden Sweder van Voerst, heer to Keppel, Frederick van Haeren en Frederick van Rechteren, en zijn bruid Anna van Bevervoorde, die geassisteerd werd door haar broeders Roelof, Bernt, Henrick, Johan en Geerd van Bevervoorde (Civiele procedure Hof van Gelderland 1569 no. 30). Zij was de dochter van Berend van Bevervoorde en Elisabeth van Oer tot Kakesbeke. Na de dood van haar man hertrouwde zij (vermeld 1508) met Henrick van Eschede, waaruit een dochter Johanna, die later huwde met Johan van Voorst van de tak Eschede.

Uit het huwelijk van Zeger en Anna werden 6 kinderen geboren:

1. Berend van Voorst, heer van Enghuizen.
Waarmede hij in 1501 werd beleend. Hij stierf kinderloos vóór 1518, waarna de belening van Enghuizen overging op zijn broeder:

2. Sweder van Voorst, heer van Enghuizen
Een getrouw volgeling van hertog Karel van Gelre.
In 1528 werd hij benoemd tot landdrost van de graafschap Zutphen; in 1537 komt hij voor als bevelhebber voor hertog Willem II te Harderwijk.
Hij ondertekende 12 september 1543 namens de graafschap Zutphen het tractaat van Venlo met keizer Karel V. Tevoren, 26 maart 1538, was hij gehuwd met Elisabeth van Doornick, weduwe van Gerard van Arnhem, heer van Presikhaaf, dochter van Jan van Doornick en Philippina van der Haer.
Hij zegelde gevierendeeld van Hekeren en van Voorst en overleed, voor zover bekend, kinderloos in 1547.

3. Cunegonda.
Zij was gehuwd met Jacob van Delen, zoon van Brand van Delen en Bette Witten.

4. Otto van Voorst, heer van Enghuizen.

5. Maria.
Zij was in eerste huwelijk getrouwd met Johan van Middachten, zoon van Johan van Middachten en Christina de Bose, die in 1495 beleend werd met de hof te Hekeren. Hij stierf circa 1518, waarna Maria hertrouwde met Johan van Bingerden, zoon van Even van Bingerden en Mechteld van Holthusen, waaruit 2 dochters sproten: Anna en Everharda.

6. Elsabe.
Gehuwd met Willem van Middel, zoon van Johan, heer van Middel, die volgens de ms genealogie in het archief van het Haus Vornholz “is doot gesteecken”. Zij wordt 9-11-1541 als “weduwe van Middele” vermeld (Holl. Rekenk. Lenen in Overijssel mv. 226 fol. 12vo) en als zuster van Zweder van Voerst. In de Constitutiënboeken van Deventer (Recht. Archief no. 22) staat over haar:
8 juni 1548 fol. 29. Junffer van Middele met Johan ter Loe, schultus tot Raalte, haar momber constitueert Henrick Steen voirspraecken van oirer wegen oire saicke die zij uthstande hefft tegen oiren broder juncker Otto van Voirst alhier voor Scepenen undt Raidt tho bewaren, enz.
24 oktober 1551 fol. 92vo. Joffer Elsebe van Voirst, weduwe van Middel, const, Wynolt Rembolts om in te vorderen een achterstallige schuld van de Erentf. Johan van Middachten en juffer Johanna ten Duynen.
30 oktober 1567 fol. 255. Juffer Elsebe van Voirst, weduwe zaliger Willem van Middel, gevolmachtigde van Berndt van Delen, raadsverwant der stad van Harderwijk.
De grove en smalle tienden over de hof te Middel in de buurschap Middel onder Olst waren een Stichts leen, waarmede Johan van Middel 21 april 1457 door de bisschop werd beleend.