Geslacht Van Voorst tot Voorst

 
  10 - 1. BEREND VAN VOORST, heer van Schadewijk

Zoon van Otto van Voorst, heer van Enghuizen en Bertha Gelmers.
Hij overleed vůůr 1615.

In 1561 was hij mede optredende voor zijn broeders en zusters in een proces gewikkeld met zijn broeder Seyger over een derde deel van het goed Enghuizen, welke rechtszaak door Berend werd gewonnen (Hof van Gelderland, Sententieboeken, 2901).
Op 25 maart 1564 werd hij beleend met het goed Overessinck door Johan van de Boetselaer, na opdracht door Bertha Gelmers, wed. van Otto van Voorst (Rechteren no. 591).
In 1575 trouwde hij met Elisabeth van Lynden, dochter van Jan van Lynden, heer van de Musschenberg, en Anna van Galen (die de weduwe was van Joeryss van Lennep tot Schadewick, zodat dit bewuste leengoed in het geslacht van Voorst terugkwam.

Uit dit huwelijk werden geboren:

1. Otto van Voorst, heer van Schadewijk.

2. Zeger van Voorst.

3. Johan van Voorst.
Luitenant bij de Garde van Prins Maurits.
Hij sneuvelt in 1600 tijdens de slag bij Nieuwpoort, evenals zijn broeder:

4. Jasper van Voorst.
Die als kornet bij dezelfde Garde diende.

5. Anna.
Zij was gehuwd met kapitein Willem van Kniphuisen.

6. Elisabeth.
In de genealogie Van Meeckeren gepubliceerd in de Herald. Bibliotheek van 1874, blz. 31 wordt zij Catharina genoemd.
Na een eerste huwelijk met Henrick van Hoevell van Ottenstein hertrouwde zij met Johan van Meeckeren, heer van Puyflick.