Geslacht Van Voorst tot Voorst

 
  13 - 2. SWEDER VAN VOORST

Zoon van Harmen Berend van Voorst, heer van Schadewijk en Anna Maria van Voorst.
Gedoopt te Didam 14 maart 1651.

Hij huwde te Didam 16 augustus 1668 met Agnes Mechteld Elderings, dochter van Antoni Elderings en Josina Maria den Ouden. In Het Boek der Voorsten (blz. 84) staat zij ook genoemd als Agnes Mechteld van Zeller.
Uit dit huwelijk sproten de volgende kinderen:

1. Harmen Berend van Voorst.
Vaandrig bij de Grenadiers. Hij sneuvelde in 1696 bij de belegering van Namen.

2. Johan Hendrik van Voorst.
Adjudant, overleden 1725.
Leenregister Huis Bergh blz, 17: ďEen guetken tot Diedam gelegen, geheyten Foyken guetĒ:
Johan Hendrik van Voorst na dode van zijn vader en na verzuim; Geraert Floris van Erp is hulder. Hij stelt als erfgenamen Seger Otto (6) en Josina van Voorst (7), 1715 oktober 10;
Seger Otto van Voorst na dode van zijn broeder Johan Hendrik en na verzuim; Dr. Reynerus van Crevel is hulder, 1725 augustus 27;
Johan Renssen, burgemeester van Doetinchem, na opdracht door Seger Otto van Voorst, 1725 augustus 30.

3. Sweder van Voorst.
Cadet.

4. Antoinette Maria Elisabeth.
Zij trouwde te Didam 20 mei 1708 met Balthasar Asuerus van Erp, ambtsjonker in Maas en Waal, broer van de echtgenote van haar neef Harmen.
Zij stierf omstreeks 1725.

5. Antonie van Voorst.
Hij was ongehuwd en sneuvelde bij de belegering van Rijssel in 1708.

6. Seger Otto van Voorst.
Commandeur op het Fort Gelderland bij Batavia, onder 2. reeds genoemd.

7. Josina Gertrudis, reeds vermeld hiervoor onder 2.