Geslacht Van Voorst tot Voorst

 
  17 - 4. EDUWARDUS LUDOVICUS baron VAN VOORST TOT VOORST

Zoon van Josephus Joannes Franciscus Antonius Mathias baron van Voorst tot Voorst en Schadewijk en Maria Anna Joanna Josepha van Scheuren.
Gedoopt te Zevenaar 21 oktober 1810; overleden te Elden, huize Westerveld, 28 november 1891. Hij werd 2 december daaraanvolgend op het oude R.K. kerkhof aldaar begraven.

Hij begon zijn militaire loopbaan in 1826 als kadet op de Artillerie- en Genieschool te Delft; werd kort daarna Page voor de Zuidelijke Provinciën en in 1828 als Kadet-Page overgeplaatst naar de, in dat jaar opgerichte, Militaire Academie te Breda. Korporaal (1828); sergeant-majoor (1829). In 1830 werd hij bevorderd tot 2e luitenant à la suite bij het Regiment Lansiers; in 1831 2e luitenant effectief en 1e luitenant der cavalerie. Wegens zijn grote verdiensten en uitzonderlijk moedig gedrag werd hij bij K.B. van 12 oktober 1831 no.92 benoemd tot Ridder Militaire Willems-Orde; 28 maart 1832 verkreeg hij het Metalen Kruis. Op eigen verzoek werd hem bij K.B. van 7 oktober 1836 no. 91 eervol ontslag uit de militaire dienst verleend met ingang van 22 oktober 1836.
Over zijn talrijke belevenissen in de avant-garde der 1e Divisie Infanterie gedurende de Belgische oorlog staan in het oude Boek der Voorsten vele bijzonderheden opgetekend, die b.v. Wüpperman in zijn “Geschiedenis van den 10-daagschen Veldtocht” niet heeft vermeld. De geïnteresseerde lezer verzuime niet het boek van De Bas “Prins Frederik en zijn tijd”, deel IV, blz. 638 e.v. na te slaan. Van zijn talrijke functies, die hij na zijn uittreding uit de dienst vervulde, vermelden wij o.a.:
- lid van de Gemeenteraad van Elst (1836-1851);
- lid van de Provinciale Staten van Gelderland (1845-1852 en 1853-1889);
- lid van het College van Gedeputeerden van Gelderland (1853-1889);
- Hoofd-Ingeland van het Polderdistrict Overbetuwe (1837-1853);
- honorair lid der Provinciale Commissie van Onderwijs (1844-1849);
- schoolopziener in het Xe District van Gelderland (1849-1853);
- voorzitter der Provinciale Commissie van Onderwijs (1856-1858);
- lid der Ridderschap van Gelderland bij Besluit van 1 juni 1839;
- benoemd tot secretaris van dit college 1 juni 1862 en van 1880 tot 1889 voorzitter.

Voorts was hij Kommandant der Eerewacht bij de huldiging van koning Willem II te Arnhem 1841, bij welke gelegenheid hij van de Vorst een ring met juwelen ten geschenke ontving.
Tijdens de watervloed van 1861 te Huissen trad hij zo doortastend op, dat hij daarvoor werd beloond met de Baret in zilver op zijn Watersnoodmedaille (1855). In hetzelfde jaar werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en later tot Grootofficier in de Orde van de Eikenkroon van Luxemburg.
Tussen 1850 en 1860 was hij gedelegeerd lid van de Gedeputeerde Staten van Gelderland in de Commissie voor de paardenfokkerij. Hij ging persoonlijk in Aurich (Oostfriesland) de beste Oldenburgse hengsten kopen en verrichtte daarmede een pionierswerk, dat van verstrekkende en uitnemende invloed is geweest op de paardenfokkerij in zijn provincie.
Tenslotte zij nog vermeld, dat hij de auteur/samensteller was van “Het Boek der Voorsten”, verschenen in 1890/1891 bij de Stoomdrukkerij van T.C.B. ten Hagen te ‘s-Gravenhage, waartoe hij de gegevens in samenwerking met vele andere familieleden had verzameld. De uitgave er van heeft hij niet meer meegemaakt.

 

 
Hij huwde te Elst 27 mei 1835 met Barbara Catharina Josephina Debets, geboren te Leiden 6 oktober 1818 als enig kind van Joannes Joseph Debets, heer van Westerveld, gepensioneerd ritmeester, Ridder Militaire Willems-Orde en van het Legioen van Eer, en Cornelia Catharina Walenson. Zij over­leed te Elden 10 december 1889 en werd aldaar op het oude kerkhof 14 december daaraanvolgend ter aarde gesteld. In 1906 werd haar stoffelijk overschot met dat van haar echtgenoot overgebracht naar de nieuwe R.K. begraafplaats bij de R.K. kerk te Elden.
Uit hun huwelijk zouden 18 kinderen geboren zijn:

1. Waarvan het eerste bij de geboorte overleed, dat evenwel niet in gemeente Elst (Elden) of Arnhem is aangegeven.

2. Louis Joseph baron van Voorst tot Voorst.
Geboren te Elden 12 augustus 1837, overleden aldaar 9 november daaraanvolgend en begraven te Arnhem.

3. Cornelia Maria Josepha.
Geboren te Elden 10 augustus 1838, overleden aldaar 19 oktober daaraanvolgend en begraven te Arnhem.

4. Louise Josepha.
Geboren te Elden 14 januari 1840, overleden te Elden 9 juni 1841 en werd aldaar begraven.

5. Johanna Maria.
Geboren te Elden 11 mei 1841, overleden te Warnsveld (huize Suideras) 15 oktober 1933 en begraven aldaar 18 oktober daaraanvolgend.
Zij was draagster van het gouden erekruis "Bene Merenti".
Op 29 mei 1872 huwde zij te Elst met Alexander Amandus Josephus Canisius baron van der Heijden, heer van Doornenburg en Suideras; Commandeur in de St. Gregorius Orde, geboren te Warnsveld (huize Suideras) 3 april 1813, zoon van Jhr. Clemens Fredrik Willem van der Heijden, heer van Doornenburg en Suideras, en Aleida Catharina Francisca Hoevel; overleden Suideras 1 september 1879. Hij was weduwnaar van a.) Anna Maria Theresia Barbara barones van Dorth tot Medler en b.) Theresia Josephina Maximiliana Francisca von Motzfeldt. Johanna kocht in 1881 van de erfgenamen van Augustus van Voorst tot Voorst “De Ploen”, dat in 1893 werd gesloopt.

6. Ernest Louis baron van Voorst tot Voorst.
Geboren te Elden 1 november 1842, overleden te Elden 31 mei 1872 en aldaar begraven.
Hij was als volontair in dienst bij het Limburgse Bondscontingent sinds 18 maart 1861. Vier jaren later werd hij wegens gebreken in en door de dienst opgelopen als wachtmeester titulair bij de cavalerie ontslagen. Hij werd thuis dood op zijn bed gevonden.
Ongehuwd.

7. Walter baron van Voorst tot Voorst.

8. Asweerine Henriëtte Christine.
Geboren te Elden 19 maart 1845 en over­leden te Feluy (Henegouwen), kasteel Miremont, 13 september 1925. Zij huwde te Elst 24 augustus 1882 met Fernand François Jules Marie Engelbert de Lalieux, geboren Feluy 19 april 1848, zoon van François Engelbert (???) de Lalieux en Pauline Julie Dubray en gescheiden echtgenoot van Leonie Eugenie Caroline Ghislaine van Hoobrouck de Tiennes. Hij overleed op kasteel Miremont 28 juli 1903.

9. Jan Joseph Godfried baron van Voorst tot Voorst.

10. Mr. Cuno baron van Voorst tot Voorst.
Geboren te Elden 29 november 1847 en overleden aldaar 5 maart 1874.
In november 1871 naar Nederlands-Indië vertrokken. In Batavia werd hij eerst 3e substituut-griffier bij het hooggerechtshof en later 1e commies bij het departement van Justitie. Een zeer bekwaam en veelbelovend man, die echter door ziekte gedwongen werd te repatriëren.
Hij was ongehuwd.




11. Josephina Maria Alouisa.
Geboren te Elden 17 juni 1849, overleden te Arnhem 15 juni 1903 en begraven te Elden 18 juni daaraanvolgend, als eerste op het nieuwe kerkhof van Elden.
Zij was ongehuwd.

12. Joan Maria baron van Voorst tot Voorst.

13. Valentine Josephine.
Geboren te Elden 14 februari 1853 en overleden te Berkel 21 mei 1926.
Zij huwde te Elst 22 juni 1882 met Ignatius Wolterus Josephus Vos de Wael, geboren te Zwolle 22 november 1840, zoon van Franciscus Bernardus Josephus Vos de Wael en Cornelia Elisabeth Maria Henrietta Kleinefeldt. Hij was weduwnaar van Elisabeth Bernardina Rosalie Brouwer Ancher en overleed te Elden, huize Oosterveld, 18 december 1904.

14. Clara Louisa Maria.
Geboren te Elden 9 januari 1855, overleden te Haaks­bergen 25 september 1948 en begraven aldaar 30 september daaraanvolgend.
Zij huwde te Elst 11 mei 1887 met Julius Egon Emanuel Theodorus Hubertus von Heiden (15 juni 1889 gewijzigd in Von Heijden), heer van Tubbergen, geboren te Tubbergen, huize Eeshof, 25 februari 1854, zoon van Hubertus Ignatius Bernardus Theodorus von Heiden, heer van Wohnung, Nienborg, Kütersbrock, Tubbergen en Lettinghaus, en Jkvr. Clernentine Maria Francisca von Bönninghausen. Hij overleed te Deventer 4 december 1925.

15. Marie Theodorine Gijsbertine.
Geboren te Elden 26 november 1856 en overleden te Elden 27 oktober 1881.
Zij huwde te Elst 8 april 1880 met Albertus Willebrordus Karel ter Beek, een broer van de man van haar zuster Leonor (no.17), geboren te Vlissingen 24 juli 1846, zoon van Joannes Petrus ter Beek en Carolina Christina Wilhelmina van de Velde; kolonel infanterie K.N.I.L.; Ridder Militaire Willems-Orde. Hij hertrouwde te ‘s-Graven­hage 25 september 1902 met Wilhelmine Henriette Marie Hubertine Camp en overleed aldaar 2 november 1913; begraven 5 november daaraanvolgend op het R.K. kerkhof.

16. Arthur Eduward Joseph baron van Voorst tot Voorst.

17. Leonor Antoinette Alphonsine.
Geboren te Elden 14 juli 1860 en overleden te ‘s-Gravenhage 3 november 1936.
Zij trouwde te Brummen 30 juli 1895 met Joannes Marie Antonius (roepnaam “Joost”) ter Reek, een broer van de man van haar zuster Marie (no.15), geboren te Vlissingen 22 augustus 1857, kapitein infanterie K.N.I.L.; overleden te Amsterdam 24 mei 1910.
Hierna hertrouwde zij te Warnsveld 3 november 1921 met Petrus Nicolaas Bijvoet, geboren te Overveen (Bloemendaal) 2 augustus 1858 zoon van Marti­nus Wilhelmus Bijvoet en Geertruida Elisabeth van Velsen en weduwnaar van (1e) Wilhelmina Henrietta Maria Coolen en van (2e) Theresia Maria Henriette Vongers van den Biesen. Hij was bloembollenkweker en overleed te Wassenaar 12 april 1933. Leonor was als kunstschilderes lid van “Arti en Amicitae” te Amsterdam.

18. Henriette Beatrice Leopoldine Maria.
Geboren te Elden 9 april 1862 en overleden te Arnhem 24 augustus 1926. Zij werd 27 augustus daaraanvolgend te Elden in het familiegraf bijgezet.
Zij was ongehuwd.