Geslacht Van Voorst tot Voorst

 
  19 - 13. HERMAN FRANCISCUS MARIA baron VAN VOORST TOT VOORST

Zoon van Jan Joseph Godfried baron van Voorst tot Voorst en Anna Margaretha Elisabeth Maria Cremers.
Geboren te ‘s-Gravenhage 2 augustus 1886; overleden te ’s-Gravenhage 9 juli 1971 en aldaar begraven op de RK begraafplaats 13 juli daaraanvolgend.
 
In 1903 ging hij naar de K.M.A. en werd 2e luitenant der cavalerie in 1906; 1e luitenant (1910) en ritmeester (1924). Van 1918-1924 aan de Hogere Krijgsschool; majoor Generale Staf (1929). Als cavalerist heeft hij vele prijzen behaald op springconcoursen; o.a. drie eerste prijzen in New-York (1911), waaronder de “America cup” als trofee voor de internationale landen­wedstrijd tezamen met de 1e luitenants Labouchere en Trapman. Als overste won hij nog de cross-country in Bingerden (Gelderland).
Luitenant-kolonel (1934). Als luitenant der cavalerie, kapitein, majoor en overste van de generale staf diende hij vele jaren bij het hoofdkwartier van het Veldleger. Commandant van het Regiment Wielrijders 1934-1936; kolonel (1936) en Inspecteur der Cavalerie, tevens commandant der Lichte Brigade 1936-1938. In 1938 werd hij generaal-majoor in dezelfde functies, terwijl de Brigade tot de Lichte Divisie werd omgevormd. Als zodanig commandeerde hij deze divisie in Noord-Brabant tijdens de mobilisatie 1939-1940. 3 Februari 1940 werd hij weer teruggeplaatst bij de generale staf als chef van de staf van de K.L. Hierdoor was hij een der naaste medewerkers van de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, generaal Winkelman, in de meidagen van 1940.

De chef-staf generaal Reynders, vroeg aan de raad van ministers, verregaande bevoegdheden omtrent zijn functioneren, maar dat werd hem niet in dank afgenomen, sterker nog, hij werd begin februari min of meer geprest zijn ontslag te nemen. Het zoeken naar een opvolger was al een tijdje aan de gang, maar dat leidde tot problemen. Men dacht aan generaal majoor baron H.F.M. van Voorst tot Voorst, maar het probleem was, dat zijn oudere broer J.J.G. baron van Voorst tot Voorst commandant van het veldleger was, en men vroeg zich af, of een jongere broer wel de meerdere kon zijn van zijn oudere broer. Het zwaarst woog echter, dat beiden katholiek waren, en in het overwegend protestante Nederland, was dat niet acceptabel. Men haalde daarop de al 6 jaar gepensioneerde luitenant generaal H.G. Winkelman van stal, die H.F.M. van Voorst tot Voorst tot chef landmachtstaf koos.

16 Mei was hij bij de capitulatie-onderhandelingen in Rijsoord aanwezig. Daar hij, evenals zijn broer Jan Joseph Godfried, weigerde zijn erewoord aan de Duitsers te geven, werd hij op 24 juli daaraanvolgend na een internering in Groningen afgevoerd in krijgsgevangenschap. Achtereenvolgens Hohenstein bij Dresden, Johannesbrunn bij Troppau, Lienz in Tirol, Schocken bij Posen en Königstein bij Dresden. Terug 12 mei 1945 werd hij gedetacheerd bij “The British Army of the Rhine”, waarna hij zijn ontslag uit de militaire dienst verzocht en kreeg per 1 december 1945. In 1948 werd hij bevorderd tot luitenant-generaal-titulair van de Generale Staf. Voorts is hij Grootofficier van het Civiele Huis van de Koningin en Maltezer Ridder (1951).

Van de R.K. officierenvereniging “A.R.K.O.” was hij 3 jaar voorzitter (1931-1934). Na zijn pensionering was hij militair raadsheer bij het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam en later in ‘s-Gravenhage.
Van 1946 tot 1949 was hij lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, voor welke functies hij bedankte toen hij tot lid van de Raad van State werd benoemd (1949-1961).
Van 1946 tot 1956 was hij bovendien hoofdcommissaris van de Katholieke Verkenners, tevens hoofdcommissaris van de Katholieke Jeugdbeweging. Als zodanig was hij 6 jaar lid van het “International committee of the scout-movement”. Zijn medewerking werd gehonoreerd met de “Bronzen Wolf”, een internationale onderscheiding, die slechts aan zeer enkelen ten deel valt.

Decoraties: Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Commandeur met de Ster in de Orde van de heilige Gregorius de Grote, groot zilveren Ereteken aan lint in de Orde van Verdiensten voor de Oostenrijkse Bondsrepubliek, Commandeur in de Orde van Leopold II en drager van het Belgische Militaire Kruis 2e Klasse (1908).

Hij huwde te Amersfoort 19 januari 1915 met Felicia Maria barones Schimmel­penninck van der Oije, geboren te Kloetinge 6 juli 1889 dochter van Hendrik Nikolaas baron Schimmel­penninck van der Oije en Cecile Eugenie Marie gravin DuMonceau. Zij overleed te ‘s-Gravenhage 25 mei 1952, begraven aldaar 29 mei daaraanvolgend.
Uit dit huwelijk werden geboren:

1. Cecilia Godefrida Maria.
Geboren te Teteringen 27 oktober 1915; is overleden 27 april 2010 te ’s-Gravenhage, aldaar begraven 3 mei 2010.
Zij was curatrice van het Edith-Steinlyceum te 's-Gravenhage, gedelegeerde van de Maltezer Orde bij de R.K. Gezinszorg.
Zij huwde te 's-Gravenhage 9 oktober 1940 met Jhr. Mr. Theodorik Karel Maria Joseph van Sasse van IJsselt, geboren te Utrecht 30 maart 1908, overleden te Den Haag 14 oktober 2004, zoon van Jhr. Mr. Constant Auguste Joseph Sasse van IJsselt en Marie Victorine d’Aussaguel de Lasbordes. Hij was Maltezer Ridder (1939) en directeur aan het Departement van Justitie.

2. Anna Godefrida Maria.
Geboren te Teteringen 24 oktober 1916, overleden 2012.
Lid van de Congregatie der Vrouwen van Bethanië (S.R.S.).

3. Erika Aimée Maria.
Geboren te Teteringen 16 oktober 1917. Overleden te Scheveningen 25 april 2013, begraven te 's-Gravenhage 2 mei 2013.
Zij huwde te 's-Gravenhage 3 mei 1943 met Ir. Jan Arent Hijacinth Jozef Ghislain baron van Oldeneel tot Oldenzeel, geboren te Oosterhout, huize Braakestein, 25 september 1916, zoon van Mr. Arnaud Karel Marie Ghislain baron van Oldeneel tot Oldenzeel en Maria Theodora Ludovica Eleonora barones Speijart van Woerden. Hij was landbouwkundig ingenieur, directeur van het Faunabeheer, lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant, Maltezer Ridder (1947) en Werkmeester van de Nederlandse Afdeling van de Souvereine en Militaire Orde van Malta. Onder-voorzitter van het Nederlandsche Roode Kruis. Hij overleed te 's-Gravenhage 31 mei 1990.

4. Felicia Ida Maria.
Geboren te 's-Gravenhage 31 mei 1919, ongehuwd overleden op 10 oktober 2005.

5. Drs. Felix Edzard Maria baron van Voorst tot Voorst.
Geboren te 's-Gravenhage 2 augustus 1920. Overleden 1 december 2009 te Nijmegen. Begraven 5 december 2009 op het kerkhof Jonkerbos in Nijmegen.
Hij werd 23 augustus 1954 te Maastricht tot priester S.J. gewijd. In 1966 werd pater Felix benoemd tot rector van het gymnasium aan het Ignatiuscollege in Amsterdam. Aan deze school bleef hij verbonden tot zijn pensioen in 1985. Daarna keerde hij terug naar Groningen, waar hij tot 2002 werkzaam was als pastor. Na een driejarig verblijf in Den Haag nam hij zijn intrek in het Berchmanianum in Nijmegen, het huis voor verpleeg- en verzorgingsbehoevende jezuïeten.

6. Johanna (Jenny) Wilhelmina Maria.
Geboren te 's-Gravenhage 31 december 1921.
Lid van de Congregatie der Vrouwen van Bethanië (S.R.S.). (Pittsburgh, Pennsylvania, U.S.A.).

7. Emilie Eduarda Maria.
Geboren te 's-Gravenhage 1 oktober 1923. Overleden in 2013.
Lid van de Congregatie der Vrouwen van Bethanië (S.R.S.).

8. Henri Ludolph Maria baron van Voorst tot Voorst.
Geboren te 's-Gravenhage 5 mei 1927. Overleden in 2009.
Hij werd 31 juli 1957 te Djokjakarta tot priester S.J. gewijd. In 1962 werd hij secretaris van de bisschop van Semarang.

9. Henriëtte Eduarda Maria.
Geboren te 's-Gravenhage 11 maart 1930.
Zij is verpleegster en als reserve officier van de Militaire Vrouwenafdeling (Milva) geneeskundige dienst 3e klasse (2e luitenant) (1955), 2e klasse (1e luitenant) (1957) en 1e klasse (1972) in actieve dienst. Daarna werkzaam als operatie­zuster (waarnemend hoofdverpleegster) in Centraal Militair Hospitaal te 's-Gravenhage en later als sub-hoofd operatiekamer in het Bethlehem Ziekenhuis aldaar. ('s-Gravenhage).